FAQ

Hieronder volgen enkele van de meest gestelde vragen over drugs en hun antwoorden. Voor meer uitgebreide info en andere vragen surf je naar www.druglijn.be

Waaraan kan je allemaal verslaafd geraken?
In principe kan je afhankelijk worden van elk product of elke activiteit die genot brengt. Bij het woord ‘verslaving’ denken de meeste mensen onmiddellijk aan illegale drugs, zoals cannabis, cocaïne of heroïne. Maar uiteraard kan je evengoed afhankelijk zijn van legale drugs, zoals alcohol of sigaretten. Ook van medicijnen kan je afhankelijk worden. En daarnaast zijn er nog een hoop andere dingen waarvan iemand afhankelijk kan worden, zoals gokken, internet (chatten, gaming, ...), seks, winkelen, chocolade en ander snoep, eten of TV-soaps.

Wat is het verschil tussen softdrugs en harddrugs?
Vaak wordt er een onderscheid gemaakt tussen softdrugs en harddrugs. Met softdrugs bedoelt men dan producten die minder schadelijk zijn, waarbij er weinig of geen ontwenningsverschijnselen, tolerantie en afhankelijkheid voorkomen. In de praktijk gaat het dan over cannabis. In plaats van een onderscheid tussen soft- en harddrugs, kan je beter praten over zacht en hard gebruik. Hierbij gaat het dan niet om het product op zich, maar over hoe mensen ermee omgaan. Zacht gebruik betekent wanneer iemand geleerd heeft of goed weet hoe hij best met een product kan omgaan. Iemand die bijvoorbeeld slechts af en toe en op een rustige, genietende manier alcohol drinkt, gebruikt die drug zacht. Hard gebruik betekent veel (of te veel) en puur roesgericht gebruiken (dus om zo snel mogelijk een effect te voelen). Het kan daarbij gaan om het experimenteren met een onbekende drug, maar het kan ook gaan om echt probleemgebruik door iemand die afhankelijk geworden is van een drug. Hard gebruik kan op het moment zelf voor problemen zorgen (iemand kan bijvoorbeeld ziek worden door te veel te gebruiken of onder invloed een ongeval veroorzaken) en zal veel sneller tot echte drugproblemen en afhankelijkheid leiden. Conclusie: elk product kan dus zowel op een zachte als op een harde manier gebruikt worden. Zo zijn er mensen die zware problemen hebben met zogenaamde softdrugs, terwijl er evengoed mensen bestaan die zogeheten harddrugs gebruiken en daar toch relatief weinig problemen door ondervinden.

Klopt de “stepping-stone” theorie?
De “stepping-stone” theorie gaat ervan uit dat "alles begint bij cannabis" en dat cannabisgebruik leidt tot het gebruik van hardere drugs. Deze theorie beweert dat je lichaam door het gebruik van cannabis, meer en zwaardere drugs nodig gaat hebben. Dit is niet het geval. Het is wél zo dat harddruggebruikers bijna altijd cannabis gebruikt hebben. Maar tegelijk blijkt dat de grote meerderheid van alle cannabisgebruikers er voor zijn of haar dertigste mee stopt en nooit in contact komt met andere illegale drugs. Het product cannabis op zich kan dus niet beschouwd worden als de oorzaak voor het gebruik van andere illegale drugs. De misvatting bestaat omwille van de verwarring tussen het statistische verband en het oorzakelijk verband. Als men naar de statistieken kijkt zullen alle harddruggebruikers voorheen ook wel melk gedronken hebben. Daarmee is melk nog geen oorzaak van harddruggebruik.

Ben je van de eerste keer verslaafd aan heroïne?
Heroïne verschilt van veel andere drugs doordat het lichaam vrij snel went aan het effect van de drug (het lichaam bouwt tolerantie op). Door die gewenning moet een gebruiker op de duur meer en meer heroïne gebruiken om nog een effect te voelen.
Op die manier kan je snel lichamelijk afhankelijk worden van de heroïne. Dat je van de eerste keer meteen verslaafd raakt, is overdreven. Maar het staat wel vast dat heroïne sterk verslavend is! Wanneer heroïne is uitgewerkt, krijg je ontwennings-verschijnselen: je voelt je ziek, krijgt buikkrampen, zweet, krijgt het warm en koud, eigenlijk best te vergelijken met een zware griep. Gebruik je opnieuw heroïne, dan verdwijnen deze klachten. Je raakt dus makkelijker in een cirkel van steeds vaker gebruiken. Heroïne zorgt er dus voor dat je veel gemakkelijker dan bij andere drugs meer en intensiever gaan gebruiken, zodat een afhankelijkheid of verslaving kan ontstaan.

Er worden drugs gebruikt in de jeugdbeweging: wat kan ik doen?
Wat als je als leider of leidster merkt dat jongeren plots zomaar een joint opsteken, omdat het volgens hen “nu mag”? Je organiseert een fuif en bent bang dat er pillen binnengesmokkeld worden? Wat doe je als je in vertrouwen wordt genomen over iemands problemen met drank, drugs, pillen of gokken? Moet je de ouders inlichten, hoe kun je er met de jongeren over praten? Hoe moet je met de jongeren zoeken naar een oplossing ? Moet je sancties opleggen en hoe? Heel wat vragen kunnen de de kop opsteken en een pasklaar antwoord vinden is niet vanzelfsprekend.

Als je in de jeugdbeweging met een 'crisissituatie' te maken krijgt, heb je het recht om een 'crisisperiode' in te lassen. Geef jezelf en de andere medewerkers even een time-out. Gun jezelf de tijd om rustig na te denken hoe jullie willen reageren. Dé goede of dé verkeerde reactie bestaat niet, maar paniek is meestal een slechte raadgever. Ga niet te impulsief te werk en zorg voor een consequente, doordachte en redelijke reactie. Een jeugdbeweging wil jongeren een veilige ruimte geven om te experimenteren op allerlei vlakken van het leven. Daarom is het voor de goede werking interessant om een evenwichtig beleid over drank, drugs, pillen en gokken uit te werken. Een beleid waarover nagedacht is, gediscussieerd is en waar elke medewerker en elk lid mee akkoord kan gaan. Uiteraard moet je hierbij ook rekening houden met de drugwetgeving.

Om jeugdbewegingen te ondersteunen bij het uitwerken van een drugbeleid, ontwierp VAD, in samenwerking met de koepelorganisaties van de jeugdbewegingen de site www.drugsinbeweging.be.