Drugstories in de vlaamse pers

De Morgen (16/4/05)

'Een sessie karate geeft me een betere 'high' en meer zelfvertrouwen dan de beste lijn coke die ik ooit gesnoven heb'

'Drugs geven je hemel én hel'

Van kernbommen van zelfvertrouwen, partygangers met zwemvliezen en conversaties met groente tot angstvallige nachten op de spoeddienst, Luc Rombaut (38) heeft zowat alle hoeken van 'drugsland' verkend. Nu werkt hij in de drugspreventie. In Een ongewoon gesprek met sla beschrijft hij de fun, de kicks en de paranoïde angsten en gevaren die drugs opleveren, doorspekt met objectieve informatie over allerlei stuff. 'Drugs geven je hemel en hel. Beide kanten van de medaille laten zien is essentieel'.

De video speelt Dumbo voor het dochtertje van vier. "Aan wat voor spul zouden ze in de Disneystudio's gezeten hebben?", vraagt Luc Rombaut zich af. De scène waarbij de hoofdpersonages in een glas champagne getuimeld zijn, mondt uit in de tekenfilmversie van een heuse trip, zo weet papa Luc. "Die roze olifantjes, die kleuren en vormen die in elkaar overgaan, dat is, euhm, erg realistisch", grijnst hij. Zoals die keer toen hij reuzengrote cijfers en letters in de meest fantastische kleuren op en neer zag dansen na een paar stevige trekken aan een pijp met wiet. Of toen hij na consumptie van een paar paddestoelen op een feestje kon 'vaststellen' dat de gastvrouw langzaam in een heks veranderde.

Is er een soort drugs die jij níét uitgeprobeerd hebt?

Rombaut: "Heroïne. Het idee van een naald zag ik niet zitten. Er zijn ook veel designerdrugs die ik niet tegengekomen ben. Zo was het voor mij. Er passeerde iets op een feestje en dan wou ik dat uitproberen. Mijn motivatie was meestal nieuwsgierigheid, maar ik ben er niet per se actief naar op zoek geweest. Ik ben ook nooit echt verslaafd geweest, behalve dan aan sigaretten. Toen ik mijn eerste joint rookte, was ik achttien en ik was in de twintig en al aan het werk toen ik met de rest bezig was. Drugs zijn niet zomaar gevaarlijk of ongevaarlijk. Het hangt af van wat en hoeveel je neemt, maar vooral ook van wie je bent, wat je motivaties zijn en hoe je sociale milieu eruit ziet. Bij mij was het nooit een vlucht. Ik wou me gewoon amuseren en had geen noemenswaardige problemen of leegtes in mijn leven, ik had een doel en die drugs waren spielereien die erbij kwamen. Wie het gebruikt om zin te geven aan zijn leven of om problemen te vergeten is niet zelden een vogel voor de kat. Als een drug je beste vriend of je lief wordt, dan was daar een vacature."

Je beschrijft hilarische toestanden, maar je belevenissen bulken ook van angst en paranoia. Is het toeval dat je telkens weer ontsnapt bent aan het ergste?

"Ik heb wel wat geluk gehad, ja. De chemische drugs die ik nam, dat zou ik nu niet meer durven. Want je weet niet wat je neemt, dat is Russische roulette. Maar ja, XTC geeft je wel instant het fantastische gevoel dat iedereen je vriend is. En in mijn cocaïneperiode voelden we ons allemaal superman. Mijn geluk was misschien dat ik wel nieuwsgierig ben, maar ook een hekel heb aan het gevoel afhankelijk te zijn. Toen ik merkte dat ik niet meer zonder iets kon, ging ik minderen. Zodra ik voor mezelf bewezen had dat ik het kon controleren, begon ik echter soms opnieuw en 'vergat' ik een voornemen om met iets te stoppen. Dat voornemen ontstond inderdaad niet zelden na angstaanvallen die de drugs mij gaven. Drugs halen het beste en het slechtste in je naar boven. En zoals je kunt lezen heb ik ook doodsangsten uitgestaan. De ergste ervaring was de nacht op de spoed met mijn vriendin, na een halve fles wijn en een joint. Ze was er erg aan toe. In het ziekenhuis dachten ze dat ik haar lsd had gegeven."

Vluchten is beter dan gevangen zitten, stelt schrijver Hafid Bouazza. Kunnen drugs ook een weg naar zelfkennis zijn?

"Soms. Kijk, veel mensen nemen drugs om hard weg te lopen van problemen. Dankzij die ervaring in Peru heb ik ontdekt dat je met bepaalde bewustzijnsveranderende drugs ook je kar kunt keren, kunt stoppen met wegrennen, je kunt omdraaien en met een andere blik weer naar je probleem kunt kijken. Dat kan bevrijdend zijn. Die planten kunnen je veel leren over jezelf. Het werkt evenwel alleen als je erg goed weet waarom je eraan begint en als je begeleid wordt door experts. Je trekt een blik onderbewustzijn open. Je kunt extatische ervaringen hebben, kosmische liefde voelen en zoals ik ook plots in vreemde talen de mooiste gedichten reciteren. Maar ook het allerergste kan naar boven komen."

Je werkt nu al een jaar in de drugspreventie en dit boek is een preventieboek. Maar wat zeg je aan een jongere die ook wil meemaken wat jij beleefde?

"Ik zeg nooit 'doen' of 'niet doen'. Het is verwarrend voor jongeren om van volwassenen te horen 'afblijven' en van vrienden 'het is cool'. Daarom dit boek. Het is essentieel voor iedereen die ermee te maken krijgt beide kanten van de medaille te kennen. De veiligste manier, zo waarschuw ik, is er afblijven. Maar ja, het is zinloos de drang naar roes zomaar te ontkennen. Een kwart van de jongeren experimenteert en hen wil ik wegwijzers geven en valkuilen aanduiden. Sommige uitgevers waren bang dat ik met dit boek promotie zou maken voor drugs. Het staat echter vol objectieve informatie en waarschuwingen. Ik zeg niet dat je ervaringsdeskundige moet zijn om aan drugspreventie te doen, maar als je weet waarover je spreekt aanvaarden jongeren meer van je, dat merk ik op de presentaties die ik geef. Er is ook bij hen een gebrek aan kennis. Ze zullen echt niet gauw aan hun vrienden vertellen dat ze van een pilletje kotsmisselijk geworden zijn. Wat ik wel wil, is dat ze zich afvragen waarom ze drugs nemen, wie ze zijn en ik wil hen wijzen op de gevaren. Een daarvan is dat een drug je het gevoel geeft dat je intens zelfkennis opdoet, terwijl het in feite een vlucht is. Ik wijs ze ook op het feit dat het simpelweg illegaal is. En ik vernoem de vele alternatieven die er zijn om je bewustzijn te verruimen of om een happy gevoel te krijgen."

Gebruik je zelf nog iets?

"Nee ik gebruik zelfs geen cannabis meer, terwijl ik daar op een zinvolle manier mee bezig was. Telkens ik een vraag of een probleem had, ging ik mediteren en rustig en bewust waarnemen wat er bij me opkwam na een paar trekjes. Maar uiteindelijk heb ik ontdekt dat de alternatieven me zeer goed bevallen. Je kunt op zoveel manieren een natural high en inzicht krijgen. Met yoga, meditatie, bungeespringen. Kijk naar marathonlopers, die worden na een tijdje high van de endorfines. En een sessie karate geeft mij een betere boost dan de beste lijn coke die ik ooit gesnoven heb. Je moet er wel wat meer voor doen, het is minder instant maar even intens en vooral minder gevaarlijk."

Een ongewoon gesprek met sla, Luc Rombaut, Uitgeverij Van Halewyck, 231 p.

Barbara Debusschere

top


Het Nieuwsblad (19/6/05)


,,Het is maar cannabis’’

,,De juf geschiedenis vroeg ons: als ik tegen morgen een zakje weed wil, wie kan mij dat dan bezorgen? Iedereen in de klas stak zijn vinger op.’’ Aan de schoolpoort in Bornem kijken ze niet op van de nieuwe drugcijfers waaruit blijkt dat bijna de helft van de zestienjarigen ooit al eens cannabis heeft gebruikt. Een aantal scholen ontkent dit niet en voert een heus drugpreventiebeleid.

De vijfdejaars van het Onze Lieve Vrouw Presentatie in Bornem verlaten een voor een de school en troepen samen op het kerkplein om na te praten over de examens. Ze roken sigaretten. Weed hebben ze vandaag niet bij. Het is dan ook examentijd. ,,Hoewel, het enige wiskunde-examen dat ik dit jaar tot een goed einde heb gebracht, was toen ik op voorhand had gesmoord’’, zegt Simon.
Ze kijken niet op van de cijfers die drugscentrum De Sleutel van de week vrij gaf: van de 16- en 17-jarigen heeft 45 procent ooit al eens aan een jointje getrokken. Een vijfde van de jongeren noemt zichzelf een regelmatig gebruiker. De zeventien leerlingen op het kerkpleintje hebben allemaal al eens joint gerookt. De helft van hen doet het minstens een keer per week. ,,Ja, maar wij zoeken elkaar een beetje op, hé. Joints zijn sociale drugs die je meestal in groep gebruikt. Dat schept een band. Er zitten in onze klas heel veel leerlingen die het nog nooit gedaan hebben.’’
,,Ik heb nog op een school gezeten waar het veel erger was. Daar stonden ze gewoon te smoren in de wc’s. Wij houden ons aan de regels en doen het alleen buiten de schoolpoort. We houden de school en cannabis strikt gescheiden.’’ De indrukken van de leerlingen kloppen als je de cijfers van de school bekijkt. ,,Uit een uitgebreide enquête van de VAD bleek dat 25 procent van onze leerlingen al eens gebruikt had’’, zegt leraar Freddy Hertog, verantwoordelijk voor het drugpreventiebeleid. ,,Maar ik formuleer het liever positief: 75 procent had nog nooit gebruikt. Dat was beter dan de rest van Vlaanderen. In andere scholen had gemiddeld 68 procent nog nooit gebruikt.’’
Wat is het geheim van de school? ,,We beginnen al in de eerste jaren met preventie’’, zegt Hertog. ,,Het is belangrijk om heel vroeg met preventie te beginnen.’’ Dat vindt ook Luc Rombaut. Hij doet aan drugpreventie en heeft als ‘ervaringsdeskundige’ het boek Een ongewoon gesprek met sla uitgebracht, waarin hij zijn eigen drugservaringen beschrijft. ,,Hoe jonger je eraan begint, hoe groter de kans op een latere verslaving.’’ De vijfdejaars van Bornem die af en toe een joint roken, zijn er gemiddeld anderhalf jaar geleden mee begonnen. ,,Ik was veertien toen ik al een paar keer het aanbod had gekregen om aan een joint te trekken. Maar ik heb altijd geweigerd, ik vond mij een beetje te jong. Tot ik op een dag samen zat met mijn neef. Ik vertrouwde hem compleet en toen heb ik het eens geprobeerd. Nu smoor ik er gemiddeld eentje per dag. Maar ik deel die wel met twee of drie vriendinnen, dus zoveel is dat niet.’’
Simon is er vroeger aan begonnen. ,,Ik was twaalf. Het was de eerste dag van het eerste middelbaar (op een andere school). Ik stond aan het station en raakte aan de praat met een meisje. Zij had een vriend die een aantal jaar ouder was. Van hem ik de eerste keer een joint gekregen.’’ Hoewel Simon zichzelf niet verslaafd voelt, lijkt de theorie van Rombaut wel te kloppen, want hij rookt veruit het meest. ,,Gemiddeld drie per dag’’, zegt hij. ,,Gisteren waren het er wel zes. Ik was mij een beetje aan het vervelen...’’
Opvallend genoeg maken de vijfdejaars zich een beetje zorgen om de derdejaars. ,,Het is opvallend hoeveel veertienjarigen ermee bezig zijn’’, zegt Anna. ,,Die vinden het gewoon graaf en stoer om een beetje mee te doen met de rest.’’ Anna slaat de nagel op de kop. ,,Veel jonge gasten beginnen eraan onder sociale druk’’, zegt Rombaut. ,,Daarom is het heel belangrijk om van jongs af aan te werken aan sociale vaardigheden: opkomen voor je eigen mening, respect voor jezelf, assertiviteit,...’’ In Bornem werken ze daar aan. ,,Al jaren geven wij aan de jongste leerlingen leefsleutels waarin we die vaardigheden aanleren. Het komt er op aan een schoolklimaat te creëren waarin leerlingen het cool vinden om neen te zeggen.’’

Van al dat praten over weed, heeft Simon zin gekregen in een joint. Niemand heeft iets bij en het is een beetje ver naar huis, waar hij zijn eigen cannabisplantje heeft staan. Maar hij kent wel iemand. Hij leent een brommertje en vijf minuten later staat hij terug met een zakje. ,,Er wordt niet gedeald op school’’, zegt Anna. ,,Maar het is heel goed geweten bij wie je kan kopen. Het is echt niet moeilijk om aan drugs te geraken.’’ ,,Iedereen kan aan weed geraken’’, zegt Simon, terwijl hij zijn jointje rolt. ,,Laatst kregen we les over de geschiedenis van kruiden en specerijen. Toen vroeg de juf geschiedenis: als ik hier morgen een zakje weed op mijn bureau wil, wie kan mij dat dan bezorgen? Iedereen stak zijn vinger op...’’
,,Het is gewoon een deel van onze cultuur’’, zegt Anna. ,,Volwassen mensen drinken een pintje als ze uitgaan, wij roken een jointje. Cannabis is trouwens een betere drug dan alcohol. Het is veel socialer, want je rookt in groep. Je wordt er ook niet agressief van, je gaat er alleen maar beter door filosoferen met je vrienden. En je hebt achteraf geen kater.’’
,,Cannabis roken maakt inderdaad deel uit van een nieuw soort cultuur. Het probleem is dat jongeren geen ‘voorbeelden’ hebben. Ze hebben alleen hun vrienden aan wie ze zich kunnen spiegelen. Met alcohol is iedereen opgegroeid. Jong en oud weet dat er iets fout zit als je ’s morgens een glas alcohol nodig hebt om de dag door te komen. Maar sommige jongeren vinden het normaal om ’s morgens een joint te roken. Dat is het niet. Dat wijst op een onderliggend probleem. Maar ik zou me niet zo heel veel zorgen maken als je kind op vrijdagavond eens een joint rookt...’’
Simon is van plan om er na de examens mee te stoppen. ,,Hoewel, makkelijk zal het niet zijn. Ik slaap slecht en heb er eentje nodig om in slaap te vallen.’’ Ook Ben geeft toe dat hij af en toe zijn joint nodig heeft. ,,Ik heb wat concentratieproblemen. Ik studeer beter als ik er eentje gerookt heb.’’ Dat is onzin, volgens Rombaut. ,,Je studeert niet beter met cannabis. We moeten de jongeren duidelijk maken dat er gezonde alternatieven zijn waarmee je je goed kan voelen: sport, yoga...’’ Dat is ook het beleid dat de Onze Lieve Vrouw Presentatie in Bornem probeert te voeren. ,,We zorgen dat er tussen de middag genoeg dingen te doen zijn op school: sport, allerhande activiteiten, ... Zo vervelen de gasten zich niet en blijven ze weg van de straat. Maar we leren hen dat er buiten de school alternatieven zijn waaruit ze kunnen kiezen. We gebruiken het wijsvingertje niet, dat heeft geen zin. We leren hen veeleer de mogelijkheden aan om verstandige keuzes te maken.’’
Simon steekt zijn joint op. ,,Dat zou ik nooit durven vlak voor de schoolpoort’’, zegt Anna. Anderen zijn er gerust in. ,,Die leerkrachten kennen daar toch niks van. Soms fietsen ze hier gewoon voorbij als wij een joint roken en ze merken het niet eens. Alé, je ruikt dat toch...’’ Hertog beseft dat hij en de andere leerkrachten inderdaad niet genoeg ervaring hebben. Daarom lieten ze Luc Rombaut, de ‘ervaringsdeskundige’ met de leerlingen praten. ,,Dat was cool’’, vinden de leerlingen. ,,Die weet tenminste waarover hij praat. Hij geeft tenminste toe dat het leuk kan zijn om een joint te roken. Maar hij heeft ons ook gewezen op de nadelen op lange termijn. En die zijn er zeker’’, geeft Anna toe.
En dan komen de verhalen boven. ,,Sommige vrienden die ik al ken vanuit de kleuterklas, zie ik heel erg veranderen. Ze doen het ook niet meer goed op school. Maar ja, die smoren dan ook te veel.’’ Of. ,,Een vriend van mij heeft een cannabisvergiftiging gehad. Hij had veel te veel gesmoord.’’ Of. ,,Een keer dacht dat ik echt super goed aan het blokken was en heel helder was. Maar toen wou ik mijn zus roepen en ik wist haar naam niet meer.’’
Anna beseft heel goed dat ze er niet mee mag overdrijven. ,,Als ik voel dat ik eens te veel gesmoord heb, stop ik er enkele weken mee. Ik zal ook nooit hard drugs nemen. Dat hebben de lessen op school mij wel duidelijk gemaakt. Er is een heel groot verschil. Dit is maar cannabis, het is niet echt een drug.’’ Niemand van de jongeren op het kerkpleintje heeft al hard drugs genomen. ,,Ik ben tegen medicatie’’, zegt Simon resoluut. ,,Ik slik zelfs geen aspirines, laat staan dat ik bollen zou pakken.’’

Al drie keer opgepakt

Simon verbergt haastig zijn jointje. In de verte rijdt een combi voorbij. ,,Ik ben al drie keer opgepakt bekent hij. De flikken zijn hier heel streng. Ooit hebben ze een razzia gehouden op het schoolpleintje. Iedereen moest zijn zakken leeghalen. Wij konden ons nog vlug verstoppen’’, vertelt hij. ,,Het is stom dat cannabis nog steeds niet legaal is. Hoewel, de fun zou er misschien een beetje van af zijn.’’ Daar is Anna het niet mee eens. ,,Ik hoor van vriendinnen die opgepakt zijn dat ze verplicht werden om mensen te verklikken. Dat wil ik toch niet meemaken. Dat ze zich eens bezig houden met echte drugs. Ik vind het echt hypocriet. Sigaretten roken mag wel en joints niet. Sigaretten zijn nochtans veel erger.’’
Van de zeventien zijn er veertien sigaretten aan het roken. ,,Ik wou dat ik nooit met sigaretten was begonnen’’, zegt Anna. ,,Daaraan ben ik echt verslaafd. Vroeger kwam ik rond met een pakje op drie dagen. Nu zijn er dat nauwelijks nog twee. Ik word lastig als ik geen sigaretten heb. Als ik twee weken geen weed heb, is dat geen probleem. Weet je, er zijn zoveel leerkrachten die roken. Je zou eens in de lerarenkamer moeten gaan, dat stinkt daar nogal. Echt een goed voorbeeld is dat niet. Toch hebben al heel veel leerlingen gekregen straf gekregen omdat ze een sigaret aan het roken waren. Erg consequent is dat niet. Een vriendin van mij is betrapt buiten de schoolpoort en meteen werden haar ouders verwittigd.’’
De jongeren vinden dat de leerkrachten zich niet horen te moeien met het leven buiten de schoolpoorten. Het is hun leven. ,,Hoewel’’, zegt er eentje, ,,die leerkrachten hebben ook hun verantwoordelijkheid. Ze weten niet goed hoe ze ermee moeten omgaan. Net als vele van onze ouders.’’
De helft heeft het verteld thuis. Luc Rombaut is aangenaam verrast door dat cijfer. ,,Het is heel belangrijk dat ouders op de hoogte zijn. Maar dan is het nog de vraag hoe ze erop reageren. Het slechtste wat je kan doen is het verbieden en met straf dreigen. Dat heeft het omgekeerde effect. Je moet je kinderen zo ver krijgen dat ze er over praten, zodat ze het vertellen als het fout dreigt te lopen. Je kan sommige jongeren moeilijk tegen houden als ze willen experimenteren. Je moet hen gewoon duidelijk maken dat er een verschil is tussen gebruik en misbruik. Ook dat heeft te maken met sociale vaardigheden die je van kleins af aan kan aanleren. Het is beter als een kind zelf beseft dat hij te veel tv heeft gekeken dan dat je als ouder de afstandsbediening moet afnemen en verstoppen.’’
Anna is blij dat haar ouders op de hoogt zijn. ,,Tof vinden ze het niet. Maar ik weet dat ik bij hen terecht kan, mocht ik ooit verslaafd raken.’’ Emma smoort zelfs gewoon in de tuin, samen met haar vriendinnen. ,,Mijn vader komt dan bij ons zitten, zijn sigaretje roken. Echt opgetogen is hij er niet mee. Maar zo houdt hij ons wel in de gaten.’’

Info: Een ongewoon gesprek met sla, Luc Rombaut. Uitgegeven bij Van Halewyck.

Wendy HUYGHE

top


Gazet van Antwerpen

"Soms wel leuk, maar blijf er toch maar af"

Leraar en ervaringsdeskundige Luc Rombaut schrijft openhartig en evenwichtig boek over drugsgebruik

"Vraag me niet hoe het komt, maar ik slaag er op een of andere manier in om contact te krijgen met de mierenkoningin. Ik vraag haar met aandrang om mijn terrein te respecteren. Ze herinnert mij eraan dat ik van kleins af altijd mieren gepest en zonder reden vermoord heb. We sluiten een deal. Ze belooft haar leger terug te trekken op voorwaarde dat ik geen willekeurig geweld meer pleeg ten aanzien van het mierenvolk. Ik ga akkoord. (...) Een paar uur later hebben de meeste mieren zich teruggetrokken."

Zo doet Luc Rombaut verslag van een merkwaardig contact dat hij had met mieren in zijn hut in Peru, terwijl hij in een roes verkeerde door ayahuasca, een bewustzijnsverruimend middel op basis van een liaan. Elders vertelt hij over een gesprek met kroppen sla nadat hij een psychoactieve cactus heeft genuttigd.

"Ik besef wel dat dit ongelofelijk geschift en belachelijk moet overkomen, maar ik vraag aan de slaplanten of ze het niet erg vinden dat ze daar alleen maar groeien om opgegeten te worden." De kroppen antwoorden tot zijn verbazing dat ze het juist prettig vinden dat hun levensenergie overgaat in mensen.

Het zijn twee fragmenten uit het boek Een ongewoon gesprek met sla van de hand van Luc Rombaut (38) uit Sint-Niklaas. Luc Rombaut is in tegenstelling tot wat bovenstaande anekdotes doen vermoeden, géén wereldvreemde hippie. Hij is licentiaat Romaanse talen, hij heeft er een carrière opzitten in de reclame- en marketingsector en hij geeft halftijds les als romanist in Sint-Niklaas. In de overige tijd geeft hij presentaties over drugspreventie in scholen in heel Vlaanderen.

Luc Rombaut kan daarbij putten uit eigen ervaringen. Behalve zijn geestesverruimende avonturen in Peru, waar hij passeerde tijdens een wereldreis met zijn vriendin, heeft hij in zijn vrolijke studenten- en reclamejaren geproefd van cannabis, alcohol, xtc, paddo's of geestverruimende paddestoelen en cocaïne. Hij heeft er nu een boek over geschreven met als ondertitel 'Memoires van een reiziger in drugland'. Het biedt veel nuttige informatie en waarschuwingen over wat drugs allemaal met je lichaam en geest kunnen doen.

Hoe komt een vroegere 'reclameboy' erbij in de drugspreventie te gaan?

Luc Rombaut: Ik ben na mijn studies eerst aan de slag gegaan bij een groot reclamebureau en daarna bij een Franstalige tv-zender. Daar deed ik relations marketing: goed verdienen, een bedrijfswagen, veel feestjes en zakenlunches, knappe vrouwen... Maar ik was toch niet tevreden. Ik zocht iets diepers, iets meer dan alleen maar 'geld, geld, geld'. Toen hebben mijn vriendin en ik besloten alles te laten vallen wat we hadden en op wereldreis te vertrekken voor één jaar.


Een aanrader?

Het was het mooiste jaar van mijn leven: die totale vrijheid als je 's morgens opstaat en niet weet waar je 's avonds zult belanden! Na die reis ben ik beginnen werken bij een ontwikkelingsorganisatie, maar daar ging het er tot mijn verbazing nog harder, nog zakelijker aan toe dan in de reclamesector. Vervolgens heb ik een prachtige tijd beleefd bij Oxfam Wereldwinkels. Op gebied van marketing stonden ze nog nergens en dat heb ik samen met een collega helemaal kunnen uitbouwen. Ik ben er vertrokken na een interne verschuiving die het werken voor mij moeilijk maakte. Om mij te bezinnen over mijn toekomst ben ik opnieuw naar Peru getrokken, voor een seminarie van twee weken rond persoonlijke groei met behulp van onder andere het geestesverruimende middel ayahuasca. Een ingrijpende ervaring die je leven verandert, maar je moet het wel met een goede omkadering doen. Daarna wist ik dat iets wilde doen met jongeren en drugspreventie.

Gebruik je nog drugs?

Nee. Ik rookte nog een paar keer per maand cannabis, als ik behoefte had aan een moment van meditatie. Maar ik ben ermee gestopt omdat ik wist dat ik de vraag zou krijgen. Ik heb trouwens in de loop van de jaren geleerd dat je elk effect dat een drug oproept ook op een volstrekt natuurlijke manier kan bereiken. Een uur karatetraining bijvoorbeeld geeft je zo'n opstoot van zelfvertrouwen, daar kan geen cocaïne tegenop. Ik heb ook jaren aan yoga gedaan. Af en toe trek ik voor 24 uur naar het bos op mijn eentje om te mediteren. Het liefst bij volle maan, anders zie je namelijk niks. (lacht)

In je boek wissel je feitelijke informatie over drugs af met anekdotes en waarschuwingen. Hoe ben je tot die opbouw gekomen?

In mijn eerste versie stonden alleen mijn eigen kortverhalen over drugservaringen. De uitgever was bang dat het kon worden uitgelegd als een pleidooi voor drugs, wat absoluut niet de bedoeling was. Daarom heb ik er de productinformatie met duidelijke vermelding van de risico's aan toegevoegd, zodat er geen discussie kan zijn over de boodschap.

Wat is die boodschap?

Ik heb allereerst drugs uit de taboesfeer willen halen. Te vaak zie je dat bijvoorbeeld ouders er niet over willen of kunnen praten met hun kinderen, ofwel doen ze het op een louter repressieve manier. En vaak merk je ook dat gebruikers weinig weten over de verschillende soorten drugs en de gevaren en effecten ervan. Dit boek geeft een houvast voor al wie met drugs te maken krijgt. Bij drugs reken ik overigens ook alcohol, ook al is dat maatschappelijk aanvaard.

De anekdotes lopen vaak slecht af: bad trips, paranoia, medische problemen, gênante toestanden. Heb je die negatieve ervaringen bewust geselecteerd of is het altijd zo erg?

(lacht) Het kan ook fun zijn, ik héb mooie momenten en uitbundige feestjes beleefd met drugs en daar vertel ik ook wel over. Maar ik wil de beide kanten belichten. Neem die keer dat een vriendin met de ambulance moest worden afgevoerd, wat gelukkig goed afliep: ik heb mij daar máánden slecht over gevoeld.

Welk advies zou je als eerste geven als iemand zegt drugs te gebruiken of dat te overwegen?

Je moet het vooral niet doen om te vluchten, om problemen te ontlopen. Die problemen blijven gewoon en het risico op verslaving is dan heel groot. Verslaving loert trouwens altijd om de hoek. Ik heb een tiental keren cocaïne gebruikt. Op een bepaald moment voelde ik dat ik mijn gebruik niet meer volledig in de hand had en ik ben meteen gestopt.

Je hebt intussen in vijftig scholen sessies drugspreventie gegeven. Hoe zit het met drugsgebruik bij jongeren?

Dat verschilt nogal. Bij jongeren die elk weekend naar een dancing trekken zul je meer gebruikers aantreffen. In de klassen waar ik geweest ben, gebruikt gemiddeld zo'n vijf procent geregeld drugs, vooral cannabis. Ik wil in elk geval duidelijk stellen dat minderjarigen beter van drugs afblijven.

Wat voor vragen stellen jongeren zoal?

Soms vragen ze wat het spul kost of waar je het kunt vinden (lacht). Of ik zelf gebruik, willen ze ook wel eens weten. En onlangs vroeg er eentje hoe seks en drugs samengaan.

Hoe dan wel?

Tja, drugs hebben invloed op zowel je gevoelens als op je lichaam, dat maakt dus een verschil. Je kunt er een bijzondere ervaring mee hebben, of het kan ook de laatste keer geweest zijn dat je met die persoon slaapt. Het is goed mogelijk dat je met een fikse kater wakker wordt, dat je dingen gezegd hebt, waar je spijt van hebt. Het is sowieso riskant, je kunt seks en gevoelens niet zomaar scheiden.

Laatste vraag: je hebt een dochtertje van vier. Wat zeg je als ze over tien jaar thuiskomt met een joint?

Ik zou wel even schrikken. Het zou al positief zijn als ze het niet stiekem deed. En ik zou er over praten, vragen waarom ze het doet, hoe ze zich erbij voelt, waar en met wie ze rookt. Zonder meer verbieden zou ik niet doen, nee. Bij pubers heeft dat net een omgekeerd effect.

Dirk HENDRIKX

top



Belang van Limburg (7/5/05)

In 'Een ongewoon gesprek met sla' vertelt Luc Rombaut (38) uit Sint-Niklaas over zijn eigen ervaringen in drugsland. In tegenstelling tot wat de verschillende knotsgekke anekdotes in zijn boek doen vermoeden, is Rombaut geen wereldvreemde hippie. Hij is licentiaat Romaanse talen, hij heeft er een carrière opzitten in de reclame- en marketingsector en hij geeft halftijds les als romanist in Sint-Niklaas. In de overige tijd geeft hij presentaties over drugspreventie in scholen in heel Vlaanderen.

Leraar en ervaringsdeskundige Luc Rombaut schrijft openhartig en evenwichtig boek over drugsgebruik

Behalve zijn geestesverruimende avonturen in Peru, waar hij passeerde tijdens een wereldreis met zijn vriendin, heeft Luc Rombaut in zijn vrolijke studenten- en reclamejaren geproefd van cannabis, alcohol, xtc, paddo's of geestverruimende paddestoelen en cocaïne. Hij heeft er nu een boek over geschreven met als ondertitel 'Memoires van een reiziger in drugland'. Het biedt veel nuttige informatie en waarschuwingen over wat drugs allemaal met je lichaam en geest kunnen doen.

In je boek wissel je feitelijke informatie over drugs af met anekdotes en waarschuwingen. Hoe ben je tot die opbouw gekomen?

Luc Rombaut: "In mijn eerste versie stonden alleen mijn eigen kortverhalen over drugservaringen. De uitgever was bang dat het kon worden uitgelegd als een pleidooi voor drugs, wat absoluut niet de bedoeling was. Daarom heb ik er de productinformatie met duidelijke vermelding van de risico's aan toegevoegd, zodat er geen discussie kan zijn over de boodschap."

Wat is die boodschap?

"Ik heb allereerst drugs uit de taboesfeer willen halen. Te vaak zie je dat bijvoorbeeld ouders er niet over willen of kunnen praten met hun kinderen, ofwel doen ze het op een louter repressieve manier. En vaak merk je ook dat gebruikers weinig weten over de verschillende soorten drugs en de gevaren en effecten ervan. Dit boek geeft een houvast voor al wie met drugs te maken krijgt. Bij drugs reken ik overigens ook alcohol, ook al is dat maatschappelijk aanvaard."

De anekdotes lopen vaak slecht af: bad trips, paranoia, medische problemen, gênante toestanden. Heb je die negatieve ervaringen bewust geselecteerd of is het altijd zo erg?

(lacht) "Het kan ook fun zijn, ik héb mooie momenten en uitbundige feestjes beleefd met drugs en daar vertel ik ook wel over. Maar ik wil de beide kanten belichten. Neem die keer dat een vriendin met de ambulance moest worden afgevoerd, wat gelukkig goed afliep: ik heb mij daar máánden slecht over gevoeld."

Welk advies zou je als eerste geven als iemand zegt drugs te gebruiken of dat te overwegen?

"Je moet het vooral niet doen om te vluchten, om problemen te ontlopen. Die problemen blijven gewoon en het risico op verslaving is dan heel groot. Verslaving loert trouwens altijd om de hoek. Ik heb een tiental keren cocaïne gebruikt. Op een bepaald moment voelde ik dat ik mijn gebruik niet meer volledig in de hand had en ik ben meteen gestopt."

Karate

Je hebt intussen in vijftig scholen sessies drugspreventie gegeven. Hoe zit het met drugsgebruik bij jongeren?

"Dat verschilt nogal. Bij jongeren die elk weekend naar een dancing trekken zul je meer gebruikers aantreffen. In de klassen waar ik geweest ben, gebruikt gemiddeld zo'n vijf procent geregeld drugs, vooral cannabis. Ik wil in elk geval duidelijk stellen dat minderjarigen beter van drugs afblijven."

Wat voor vragen stellen jongeren zoal?

"Soms vragen ze wat het spul kost of waar je het kunt vinden (lacht). Of ik zelf gebruik, willen ze ook wel eens weten. En onlangs vroeg er eentje hoe seks en drugs samengaan."

Hoe dan wel?

"Tja, drugs hebben invloed op zowel je gevoelens als op je lichaam, dat maakt dus een verschil. Je kunt er een bijzondere ervaring mee hebben, of het kan ook de laatste keer geweest zijn dat je met die persoon slaapt. Het is goed mogelijk dat je met een fikse kater wakker wordt, dat je dingen gezegd hebt, waar je spijt van hebt. Het is sowieso riskant, je kunt seks en gevoelens niet zomaar scheiden."

Gebruik je nog drugs?

"Nee. Ik rookte nog een paar keer per maand cannabis, als ik behoefte had aan een moment van meditatie. Maar ik ben ermee gestopt omdat ik wist dat ik de vraag zou krijgen. Ik heb trouwens in de loop van de jaren geleerd dat je elk effect dat een drug oproept ook op een volstrekt natuurlijke manier kan bereiken. Een uur karatetraining bijvoorbeeld geeft je zo'n opstoot van zelfvertrouwen, daar kan geen cocaïne tegenop."

Laatste vraag: je hebt een dochtertje van vier. Wat zeg je als ze over tien jaar thuiskomt met een joint?

"Ik zou wel even schrikken. Het zou al positief zijn als ze het niet stiekem deed. En ik zou er over praten, vragen waarom ze het doet, hoe ze zich erbij voelt, waar en met wie ze rookt. Zonder meer verbieden zou ik niet doen, nee. Bij pubers heeft dat net een omgekeerd effect."

Dirk HENDRIKX

top


Knack 17/8/05

DRUGS OP JE DAK

Een op de vier jongeren experimenteert met drugs. Soms met trieste gevolgen, soms ook niet. Kun je als ouder de balans in één richting helpen doorbuigen ? Hoe de bad trip te helpen voorkomen ? Of, ook dat, hoe hem te overleven ?

Op de kast staat een foto van een stralende, knappe en zelfverzekerde jonge meid. Ze heet Iris, is 23, woont samen met haar vriend, en heeft net haar eerste jaar universiteit succesvol afgerond. "Je zegt het juist", knikt Myriam. "Mijn dochter straalt. Zoals een meisje van haar leeftijd ook hoort te doen. Hoe lang heb ik daar niet op gewacht. Wat heb ik hem gehaat, die doffe en doodse blik in de ogen van mijn dochter. En wat een pijn, elke keer als ik leeftijdsgenoten van haar zag die wél hun leven opbouwden."

Het warmhartige plaatje op de kast was immers ooit anders. Amper twee jaar geleden woog Iris een veertig kilo, overleefde ze op heroïne, en zat ze vast in de vicieuze cirkel van stelen en bedriegen om haar verslaving te kunnen betalen. Amper twee jaar geleden, en toch verhaalt Myriam met opvallend vaste stem uit de donkerste bladzijden. "Ja, ik ben wel een harde", glimlacht ze. "Dat heb je dan als het leven niet altijd fluweelzacht voor je is geweest. Maar bitter ? Nee, dat ben ik niet. Integendeel. Mijn dochter is terug. Nu ben ik vooral dankbaar." Dat liegt ze niet. Myriam brengt haar verhaal rustig, beheerst en dapper genuanceerd. Geen enkele 'het is allemaal de schuld van de overheid'-uitschuiver, geen woede, geen sarcasme, geen klaagzang. "Soms vragen ze me : wat als het morgen weer allemaal zou beginnen ? Zou je er weer tegenaan gaan ? Ja, dat denk ik wel." En dan, oog in oog met de labrador aan haar voeten : "Alleen weet ik, voel ik dat het niet meer zál beginnen. Ik voel mijn dochter goed genoeg aan om dat te weten. Iris is terug."

"Hoe het begon ? Met enkele joints, op haar zestiende. Ik wist goed genoeg wanneer ze gerookt had, die eindeloze giechelbuien. Het heeft me vanaf het begin ongerust gemaakt. Iris was altijd al een risicokind : wandelde altijd graag de randen af. Risico's opzoeken, en vooral, alles altijd alleen denken aan te kunnen. En het gevreesde gebeurde ook : ze kwam bij de verkeerde vrienden terecht, werd verliefd op een jongen die zwaar verslaafd was, en hup, ik kon haar niet meer tegenhouden. Ze voelde zich geroepen hem te redden, ging bij hem wonen, stopte haar middelbare studie en begon vanaf haar achttiende ook zelf heroïne te roken. Dat heeft ze me toen ook verteld. Omfloerst, dan wel. 'Mama, ik ben dom geweest. Maar maak je geen zorgen. Ik heb het in de hand.' Zo is ze altijd geweest : 'Ik heb alles onder controle, ik ben niet verslaafd, geen probleem.' Het ergste was dat hij haar ook sloeg. Soms zo erg dat ze het eerste uur niet meer kon opstaan, dat vertelde ze me pas onlangs. We hebben haar een paar keer ergens anders ondergebracht, zonder zijn weten. Maar telkens vond hij haar. Of erger, zocht zij hem op : hij was ook haar dealer, weet je wel. Hij heeft ook mij eens neergeslagen. Hier in mijn huis, toen hij had ingebroken om haar adres te zoeken."

"Toen het uiteindelijk uit was tussen die twee, werd ze weer verliefd op een drugsverslaafde. Het goede was : hij sloeg haar niet. Toch iets. In die periode zag ik haar soms maanden niet. Was ze in het land ? Ik huiverde bij de vraag wat ze deed om aan geld te geraken om haar verslaving te betalen. Toch geen prostitutie ? Leefde ze wel nog ? Het was toen dat ik heb leren te leven met de gedachte : wellicht halen we het niet. Ik ben verpleegster, en één keer, nadat ik haar maanden niet had gezien, werd ze binnengebracht bij ons op de spoedafdeling. Ondervoed, haar lichaam onder de insectenbeten, totaal verwaarloosd. Haar vriend smokkelde drugs in het ziekenhuis, ze was onhandelbaar, dolgedraaid. Ook begon ze mij daarna te bestelen en te bedriegen. Het was Iris niet meer. En dát, dat heb ik altijd het ergste gevonden : ik herkende mijn eigen kind niet meer. Toen heb ik zelfs ook klacht tegen haar ingediend. Het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb. Maar ik móést grenzen stellen tegenover haar. Ik ging er zelf aan onderdoor. En dan zou ik al helemaal niets meer voor haar kunnen doen."

"Later, op een koude novemberdag, werd ze opgepakt. Bij een razzia in Borgerhout. Het beste, achteraf bekeken, wat haar kon overkomen. Ze mocht na anderhalve maand de gevangenis verlaten op voorwaarde dat ze zich liet behandelen, haar studie hervatte en zich liet volgen door een justitieassistente. Ze heeft zich aan de drie vereisten gehouden, onder andere haar diploma middelbaar behaald via middenjury. Nadien is ze nog enkele keren licht hervallen, maar altijd op tijd gestopt. Toen ze aan de universiteit wou starten, heeft ze eindelijk beslist om definitief af te kicken met behulp van methadon. Met succes. De dosis heeft ze nu bijna volledig afgebouwd."

"Natuurlijk steek ik voor dit alles de hand ook in eigen boezem. Makkelijk heeft Iris het nooit gehad. Ik ben alleenstaande ouder. Als kind schipperde ze tussen mij, haar vader, die zwaar alcoholverslaafd was, en haar grootouders. Toen ze vijftien was, heb ik een heel zware depressie gehad en ook dat heeft zijn effect op Iris niet gemist. Natuurlijk verging ik in het begin van schuldgevoelens. Maar ik heb hoe dan ook altijd mijn best gedaan. En hulpverleners benadrukten me dat dit nooit de enige oorzaak kon zijn voor Iris' verslaving. Bovendien was de band met Iris altijd zeer innig. Zo innig, dat hij die vreselijke jaren heeft overleefd. Waren er momenten dat ik eraan twijfelde of ik haar graag zag ? Bijna. Haal haar weg van mij, dacht ik soms. Laat dit lijden ophouden. Maar de liefde, die blijft."

"Aan andere ouders zeg ik : probeer de grenzen van je aankunnen te respecteren. Dat heb ik ook tegenover Iris duidelijk gemaakt. Dat heeft niks te maken met je kind graag zien of niet, maar er zijn limieten. En met die grenzen moet ook je kind leren om te gaan. Anders ga je eraan kapot. Ook heb ik moeten inzien dat het uiteindelijk háár probleem was : zij moest afkicken, ik niet. Ik dacht altijd : wat kan ík doen, maar uiteindelijk moest zij haar verantwoordelijkheid opnemen. Zoek bovendien hulp als ouder : laat je ondersteunen door hulpverleners, ga naar oudergroepen om erover te praten. Dat heeft mij althans vreselijk geholpen : het gevoel te hebben dat je niet de enige bent. Het haalt je uit je isolement. Het haalt de druk van je hart. Het helpt te ademen."

Ze stopt even en voegt er dan zacht aan toe. "En als ik nog één raad mag geven : laat als ouder altijd de deur op een kier. Ook al heeft je kind je diep gekwetst. Wees niet bang om alle acties te ondernemen die je nodig vindt, maar laat voelen dat ze nooit je liefde zullen verliezen. Dat heeft Iris overeind gehouden, zei ze me onlangs. De liefde van hun ouders, hoe ver ze soms ook zijn : kinderen blijven ernaar hunkeren. Als ze die denken voorgoed kwijt te zijn, dan zijn ze verloren." Of zoalsJohan Anthierens, zelf ooit vader van een drugsverslaafde zoon, het zei : "Van een dochter en een zoon moet je houden. Altijd, altijd, altijd."

De oudergroepen waar Myriam het over heeft, worden georganiseerd door het GentseCentrum voor Alcohol- en andere Toxicomanieën, kortweg het CAT. Een van de drie afdelingen, het CAT-Preventiehuis, richt zich op de begeleiding van de omgeving van de drugsgebruiker, meestal de ouders. En daar is vraag naar. Dat blijkt ook uit cijfers van de Druglijn: 30 procent van de oproepen komt van ouders, en nog eens 20 procent is verwant met een verslaafde, zoals broers of zussen of dichte vrienden.

"Ouders komen vaak in paniek naar ons met iets wat ze gevonden hebben op de kamer van hun kinderen", zegtTomas Van Reybrouck, psycholoog en ouderbegeleider aan het CAT. "Zoals dit hier." Hij laat een ietwat zwartgekleurd stukje aluminiumfolie zien, zorgvuldig bewaard in een plastic hoesje. "Meestal gaat het erom de ouders eerst en vooral tot rust te brengen. Vaak zijn ze enorm geschrokken, boos en ontgoocheld. Ik raad ouders aan om eerst hun emoties te ventileren en pas dan met hun kind te praten. Anders ontsnappen je wel eens te harde uitspraken en worden bruggen opgeblazen. Probeer objectief te praten over wat je gevonden of gemerkt hebt, zonder te veroordelen en zonder te interpreteren. Vaak helpt een open gesprek al om de violen weer gelijk te stemmen en is de ongerustheid van de ouder grotendeels weggeëbd. Even vaak lukt zo'n gesprek niet. Wij helpen dan de ouders een goede aanpak te zoeken. We proberen echt op te maat werken, samen met de ouders. Elk kind en elke thuissituatie zijn anders."

Waar Van Reybrouck naar eigen zeggen van opkijkt, is de schaamte waarmee ouders nog altijd worstelen. Schaamte én schuldgevoel, omdat het problematische drugsgebruik van zoon of dochter nog vaak geïnterpreteerd wordt als het onvermijdelijke gevolg van een slechte opvoeding. "Dat wil ik toch met klem benadrukken", zegt Van Reybrouck. "Voor de verslaving van een kind ligt de schuld niet automatisch bij de ouders. Ze hebben wel invloed, maar voor de puber zijn er zoveel meer invloedssferen dan de ouders. De vriendenkring speelt vaak een belangrijkere rol. Drugs zijn bovendien alomtegenwoordig. Als ouder heb je niet alles meer in de hand. Al geloof ik wel dat een open relatie met de kinderen kan helpen om het op zijn minst in alle rust te bespreken. Wie niet gewoon is te praten met zijn kinderen, zal het uiteraard ook niet plots in alle intimiteit over drugs kunnen hebben."

Het CAT-Preventiehuis begeleidt ouders via individuele gesprekken en groepsgesprekken, al dan niet gecombineerd. Sommigen vinden die laatste bedreigend, anderen, zoals Myriam, putten er kracht uit. Belangrijk in elk geval, vindt Van Reybrouck, is dat ook de ouders zelf geholpen worden, dat niet alle hulp in het teken staat van de zoon of de dochter. "Hoe blijft het voor de ouder zelf leefbaar ? Die vraag is net zo belangrijk. Ze gaan dood van de zorgen, en ook hun zelfvertrouwen is aangetast. Vaak zitten ze er echt door. Het is zoals de zuurstofmaskers in het vliegtuig : bij problemen wordt aangeraden om als ouder eerst zelf het masker op te zetten en dán je kind te helpen. Hetzelfde hier. Ze kunnen pas helpen als ze zelf goed functioneren. En ten slotte : vergeet als ouder ook de andere kinderen en je partner niet. Laat niet al je aandacht opslorpen door de problemen van je kind. Koester het geluk van de anderen en put daar kracht uit."

Gelukkig eindigen de experimenten van zoon- of dochterlief meestal níét in een slopende nachtmerrie voor kind en ouder. Dat benadrukt alvast Luc Rombaut, drugspreventiewerker en auteur van het onlangs verschenen boek. Een ongewoon gesprek met sla, memoires van een reiziger in drugland. En dat mag hij benadrukken, want hij levert zelf het bewijs : de man heeft vier diploma's op zak, is perfect gezond en gelukkig, en heeft toch zowat alle uithoeken van het drugsuniversum verkend. Als kind wou Rombaut astronaut worden. Helaas, hij hield niet van wiskunde, en dus werd hij psychonaut, een drugsterm die hij in zijn boek als volgt omschrijft : "Ruimtevaarder van de geest, iemand die zeer bewust op bepaalde momenten bewustzijnsverruimende middelen gebruikt om zichzelf en de werkelijkheid te doorgronden."

"Ja, ik ben nogal een nieuwsgierige jongen", glimlacht hij. "Dat was de belangrijkste reden waarom ik met drugs experimenteerde. En dat blijkt bij vele jongeren zo." En geëxperimenteerd, dat heeft hij. Alleen van lsd en heroïne bleef hij af. "LSD omdat de juiste gelegenheid zich nooit voordeed. Heroïne omdat het, naast nicotine, de meest verslavende drug is en al vlug je leven gaat bepalen : je wordt ziek als je de drug een dag niet inneemt. Te gevaarlijk, wist ik." De ervaringen met alle andere drugs beschrijft hij in een reeks kortverhalen die hij in zijn boek afwisselt met objectieve, meestal waarschuwende drugsinformatie. De verhalen zijn nu eens lollig en hilarisch (hoe hij onder invloed een diepgaand gesprek met een slaveld voerde), een andere keer best spannend (ondefinieerbare, acute misselijkheid na één trek van een mysterieuze joint in Marokko), maar net zo vaak grauw en triest (de bad trip van een ex-liefje toen ze alcohol met cannabis had gecombineerd). Rombaut is door de wol geverfd, en daardoor een drugspreventiewerker van de geloofwaardige soort. Hij heeft het over bollen, paddo's, shit, stuff, weg als een ei en kiekenstoned, en praat opvallend graag in metaforen.

"Ik vond het belangrijk om met het boek de beide kanten van de medaille te belichten : de slechte, maar ook de goede eigenschappen van drugs. Drugs zijn tenslotte genotsmiddelen : ze kunnen je een goed gevoel geven. Als we als ouder of leraar enkel roepen : 'drugs zijn slecht, blijf eraf', dan geloven de jongeren ons niet en luisteren ze amper. Want hun vriend vertelt net hoe fantastisch die joint is. Als we eerlijk vertellen dat drugs inderdaad een goed gevoel kunnen geven, dan zullen ze ons ook vertrouwen wanneer we zeggen : let op, het kan gevaarlijk worden. Als ouder tegen je kind roepen dat 'je buiten vliegt, als ik merk dat je drugs gebruikt', weerhoudt ze zelden van experimenteren. Bovendien zullen ze nooit bij je aankloppen mochten er problemen komen. En dat is toch het laatste wat een ouder wil ? Als je iets vermoedt en je wilt erover praten, benadruk dan je bezorgdheid. 'Ik zie je graag, ik merk dat je je anders gedraagt de laatste tijd, en ik maak me zorgen.' Dat heeft veel meer effect, dan te veroordelen en aan te vallen."

Bovendien, benadrukt Rombaut, hoeven ouders niet meteen het ergste te vrezen bij die eerste joint. "Er is een verschil tussen gebruik en misbruik. Of drugs al dan niet gevaarlijk kunnen zijn, hangt van heel wat factoren af. Van het middel zelf (een joint is iets anders dan een shot heroïne), van hoeveel en wanneer ze gebruiken (de maandagochtend is alarmerender dan de vrijdagavond) en vooral van de motivaties van de gebruiker : het mag nooit een vlucht worden. Bij wie geen noemenswaardige problemen heeft en zich goed in zijn vel voelt, levert zo'n experiment zelden een probleem op. Wie drugs integendeel nodig heeft om zin te geven aan het leven, om problemen te ontvluchten, bij die persoon kan het wél verkeerd aflopen. Maar dan mogen ouders en hulpverleners zich niet blindstaren op de drugs, wel op de dieperliggende wonden. Want daar begint het."

Dat je als ouder alle verantwoordelijkheid draagt en alles in de hand hebt, is een misvatting die ook Rombaut snel onderuithaalt. "Je hebt als ouder wel een voorbeeldfunctie : als je bij het minste probleem kalmeer- of slaappillen slikt of naar de fles grijpt, ja, dan geef je je kind niet meteen het goede voorbeeld. Bovendien is het belangrijk om close te zijn met je kinderen, om interesse te tonen in zijn of haar leefwereld. Als je kind van een festival terugkomt, vraag dan hoe het was. Welke groepen ze gezien hebben, en of ze die goed vonden. Als je dat gewoon bent, dan is de stap klein om ook te vragen : 'werd er veel wiet gesmoord ?' Dan klinkt het niet als een controlevraag. Al weet ik : praten is niet altijd gemakkelijk met een adolescent. Een puber is niet meteen het meest 'open' wezen(lacht). Maar probeer toch. Zoek een manier van communiceren waarmee je je kind wel bereikt én leer het kritisch na te denken. Meer kun je niet doen. En nee, je hebt uiteraard niet alles in de hand. Het is zoals een bal in de basketbalring proberen te gooien : je mikt wel, maar een onvoorziene windstoot kan hem elders doen belanden. Zo goed mogelijk mikken is het enige wat je kunt doen."

Auteur: Guinevere Claes

top



Metro (25/4/05)

«Als elfjarige wilde ik al astronaut worden», geeft auteur Luc Rombaut in een van de laatste hoofdstukjes van 'Een ongewoon gesprek met sla' mee. Toen al wilde hij nieuwe universa verkennen: de menselijke geest, andere talen, vreemde culturen, oosterse filosofie, mystiek, conceptuele kunst. Hij ging op wereldreis, maar Rombaut zweefde ook naar andere werelden en tripte langs onwereldse ruimtes. In zijn boek neemt hij de lezer mee in zijn tocht door drugland. Hij vertelt niet enkel over zijn ervaringen met bijna doordeweekse drugs zoals wiet of XTC, maar ook over zijn geestesverrijkende experimenten in Latijns-Amerika en Azië. Met het boek wil Rombaut, leraar en ervaringsdeskundige, ook de kloof tussen ouder en kind overbruggen. Hij wisselt de vlot geschreven verhalen af met lijstjes en informatie over legale en illegale drugs, geeft de lezer inzicht in de werking van bepaalde drugs en maakt hem wegwijs in die grijze zone tussen verslaving en genieten.

Luc Rombaut, Een ongewoon gesprek met sla, Van Halewyck, 17,50 euro

top


Klasse (1/9/2004)

Drugstories

"Drugstories", een nieuw drugpreventieproject voor leerlingen secundair onderwijs, is een interactieve powerpointpresentatie (met muziek- en filmfragmenten) waarmee leraar en ervaringsdeskunde Luc Rombaut je leerlingen doet nadenken over verantwoord omgaan met (il)legale drugs. Met herkenbare verhalen en eigen ervaringen belicht hij beide kanten van de drugsmedaille, de aangename én minder aangename effecten en gevolgen. drugpreventie@tiscali.be - Luc Rombaut - tel. 03 772 47 56